MID-richtlijn

De richtlijn 2004/22/CE heeft tot doel om de eisen die worden gesteld aan nieuwe meetinstrumenten die in Europa op de markt worden gebracht of in dienst gesteld, te harmoniseren. Met betrekking tot de watertellers zijn de termen ‘nominaal debiet (Qn)’ en ‘metrologische klasse (A, B en C) niet meer van toepassing. Volgens deze norm wordt de precisie van een waterteller gedefinieerd aan de hand van twee criteria: Q3 (permanent debiet) en R (de meetbereik-ratio). Ze worden meegedeeld door de producent van de teller.

De andere debieten zijn als volgt gedefinieerd:

  • Q1 = minimaal debiet
  • Q2 = overgangsdebiet
  • Q3 = permanent debiet
  • Q4 = maximaal debiet

En verhouden zich als volgt:

  • Q2 = Q1 x 1,6
  • Q4 = Q3 x 1,25
  • R = Q3 / Q1

De maximaal toegelaten afwijkingen worden in de volgende grafiek getoond:

De handtekening van een waterteller (de curve die de werkelijke afwijkingen van de teller aangeeft in functie van de verschillende debieten) mag de maximaal toegelaten afwijkingen die horen bij de opgegeven Q3 en R van de betreffende teller niet overschrijden.

Hieronder zijn de MID-markeringen voor één van onze Data III-watertellers weergegeven: